Spreekwoorden met trefwoord ‘handen’


Iemand werk uit handen nemen.

Iemand helpen door een gedeelte van het werk te doen.


Hij wast er zijn handen van af.

Hij aanvaardt geen verantwoordelijkheid.


Hij wast zijn handen in onschuld.

Hij doet of hem geen blaam treft.


Het zijn twee handen op één buik.

Ze vallen elkaar nooit af; ze spreken met één mond.


Het zijn twee handen op één buik.

Zij spannen samen.


De teugels in handen nemen.

De leiding nemen.


De leiding in handen nemen.

Als man staan plassen.


Handen in de schoot dat geeft geen brood.

Je zult moeten werken voor de kost.




Meer weten over adverteren?