Spreekwoorden met trefwoord ‘pot’


De pot gaat te vuur.

Je kunt aanschuiven aan tafel voor het eten.


ijzeren pot.

Als een arme en een rijke man een geschil


Als de pot kookt dan bloeit de vriendschap.

Als je je gasten goed ontvangt dan zul je veel vrienden krijgen.


De pot verwijt de ketel dat hij zwart is.

De een verwijt de ander iets waaraan hij zich zelf ook schuldig aan maakt.


De pot verwijt de ketel dat hij zwart ziet.

Mensen beschuldigen een ander vaak van slechte dingen waar ze zich zelf ook aan


Het is één pot nat.

Het is allemaal hetzelfde.


Hij heeft de pot verteerd.

Hij heeft zijn geld opgemaakt.


Hij moet de pot dekken.

Hij trouwt met een meisje dat zwanger is van een ander.




Meer weten over adverteren?