De wal keert het schip.
Je moet je aan de omstandigheden aanpassen.
Je moet je aan de omstandigheden aanpassen.
Alle oude rommel opruimen.
Het schip zinkt.
Je moet lering trekken uit andermans ongeluk; om te voorkomen dat hetzelfde ongeluk jou treft.
Een kameel.
Daar komt een stevige regenbui aan.
Een verstekeling.
Die vrouw past niet bij hem.