Spreekwoorden met trefwoord ‘spelen’


Met vuur spelen.

Gevaarlijk te werk gaan.


iemands trots in te spelen.

Op iemands gemoed werken.


Iemand een trek spelen.

Iemand beetnemen.


Handjeplak spelen met iemand.

Iemand helpen omdat men denkt er zelf ook beter van te worden.


Van spelen komt kwelen.

Als je steeds het gevaar opzoekt zul je ook aan het gevaar doodgaan.


Zij spelen onder één hoedje.

Zij spannen samen.


Haas-op spelen.

Vluchten.


Leentjebuur spelen.

Telkens bij iedereen wat lenen maar zelden iets teruggeven.




Meer weten over adverteren?