Spreekwoorden met trefwoord ‘trekken’


Iets uit zijn verband trekken.

Een onderdeel uit het geheel halen waardoor de samenhang met het geheel niet meer


Iemand aan zijn jasje trekken.

Iemand doen stilstaan om aan hem / haar iets te zeggen of vragen.


Hij krijgt zijn trekken wel weer thuis.

Hij zal voor zijn streken wel moeten boeten.


Zij trekken er heen bij tulten.

Zij gaan daar met massa’s naar toe.


Ergens aan zijn trekken komen.

Ergens krijgen wat je wilt.


Het huilmes trekken.

Meteen huilen als je de waarheid te horen krijgt.


Ze trekken de lijn.

Ze doen niet veel.


Iemand een tand trekken.

Iemand oplichten.




Meer weten over adverteren?