Spreekwoorden met trefwoord ‘weg’


De weg loopt langs de deur.

Niemand weet wie de schuldige is.


Weg is weg.

Als alle voorraad verkocht is dan kun je het niet meer kopen.


Een weg als een kolfbaan.

Een mooie harde weg.


Voor iemand een weg opgraven.

Iemand in zijn voortgang beletten.


Hij kent de weg en de spraak.

Hij is op de hoogte en kan wat hij niet weet wel vragen.


Hoe langer de weg hoe moeder de man.

Hoe langer een ziekte duurt hoe slechter het met de patiënt gaat.


Hij is er niet weg te slaan.

Hij wil er heel erg graag blijven.


Dat loopt niet weg.

Daarvoor hoef je geen haast te maken.




Meer weten over adverteren?